Ina Brekelmans

 

 

‘ En de bomen van elkaar gelijkend en toch van elkaar verschillend, zoals mensen, hoge, lage, dunne spichtige en brede dikke bomen met de armen omhoog of opzij uitgestrekt,bomen met grijphanden, bomen met groene hoeden, bomen als pluimen, als wijzende vingers, als vuisten, als vraag-en uitroeptekens, bomen kaal en naakt of ritselend van loof; bruin-rood-geel-bronsgroen-zilvergrijs-bebladerde bomen vechtend in de wind of roerloos in de zomerhitte’.

 

Hella Haase, uit Het dieptelood van de herinnering, blz 58